Van de
raadsvergaderingen in Edam-Volendam ben ik een trouwe bezoeker. Meestal ging ik
aan de perstribune zitten waar altijd royaal plaats is. Daar kun je schrijven
en dat doe ik in een voor dat doel aangeschafte chique Moleskine, het volwassen
notitieboek dat in je binnenzak past. Op de perstribune zijn zes zitplaatsen.
Er zijn er nooit meer dan drie bezet. Helemaal rechts zit altijd de immer
vriendelijke Henk Visser van de Nivo, van wie ik gisteren twee pennen kreeg
toen de mijne kuren ging vertonen. In het midden zit Mijnheer Pieter de Lange,
de enige echte journalist want hij werkt voor een dagblad (NHD). Op het feit
dat hij (volgens mij) een volstrekte gehaktbal is, kom ik later nog terug. Helemaal links zit
altijd Luc van den Berg (uitgever van de Stadskrant van Edam, een weekblad), een
licht opgewonden standje die als schrijver wel eens kritisch wil zijn, zonder
de gemeente tegen de haren in te willen strijken, hetgeen zelden tot een
overtuigend stukje leidt. De gemeente is een van zijn grote adverteerders.
Probeer dan maar eens onafhankelijk te blijven als de gemeente er voortdurend
blijk van geeft dat woord niet eens te begrijpen. Nou is de NiVo ook geen
lieverdje, maar Henk Visser is altijd vriendelijk, goedgemutst en collegiaal.
Omdat de
heren van den Berg en de Lange al eens hadden laten blijken het niet zo op
prijs te stellen dat ik als internetpublicist tussen het ‘journaille’ zit , ga
ik tegenwoordig op een andere plaats zitten waar je ook kunt schrijven. Maar gisteren
kon dat niet. Al die plaatsen waren gereserveerd omdat er een hoge opkomst uit
de gemeente Zeevang werd verwacht. Dus ging ik noodgedwongen maar weer op de
perstribune zitten, tussen Visser en de Lange in. De Lange die altijd kijkt alsof
hij zijn maagzuurremmer is vergeten in te nemen en zich meestal
dienovereenkomstig gedraagt en een gehaktbal van een journalist is (ik zal nog
uitleggen waarom), schoot in een kramp. Mompelend: “Ik trek dit niet” (letterlijk
citaat) stond hij op en begaf zich rechtstreeks naar de gemeentesecretaris, de
altijd wat schichtige D.K.W. Hendriks. Die beende vervolgens naar de bode.
Vervolgens kwam de overigens altijd vriendelijke en voorkomende bode mijn
richting uit en eenmaal daar aangekomen deelde hij mij mede (ik heb mijn instructies) dat ik niet op de
perstribune mag zitten. Uiteraard protesteerde ik, er waren geen andere plekken
beschikbaar waar je kunt schrijven. Tenslotte kwam de directeur van het
Stadskantoor, gemeentesecretaris D.K.W. Hendriks, volgens de wet een
bestuursorgaan, mij zelf nog hoogstpersoonlijk vertellen dat ik daar niet mocht
zitten.
Niet heel
veel later loste de bode het op een elegante wijze op en bood mij een plek aan
op een van de gereserveerde plaatsen waarvan overigens de meeste de hele
vergadering onbezet bleven. Later schoven wat belangstellenden aan bij de
perstribune. Die mochten blijven zitten. Mijn verwijdering betrof dus niet de
handhaving van een regel, maar was slechts op mij gericht. Willekeur dus van
vriendjes D.K.W. Hendriks en Pieter de Lange.
Was ik
kwaad. Natuurlijk niet, alleen maar verwonderd en niet eens bedroefd. Ik ben
voor de gemeente een ongenode gast en mijn kritische benadering van het
politieke gebeuren en de hoofdrolspelers daarin, wordt (te) weinig gewaardeerd.
De gemeente laat de plaatselijke media weten dat ze daar niet zo van gediend zijn. Dat weet ik en kan ik bewijzen omdat een uitgever van een regionaal
weekblad me eens een emailbericht daarover van de afdeling Voorlichting (Cor Kwekman) van de gemeente
liet zien. De gemeente laat dus geen
mogelijkheid onbenut om me mijn werk (want dat is het) onmogelijk te maken.
Nu maak ik
me met stukjes als deze natuurlijk bepaald niet geliefd. Ik hou de
hoofdrolspelers spiegels voor en ben meer van achter het nieuws omdat ik graag
probeer te achterhalen hoe de politieke gerechten die in de raadszaal worden
opgediend in de keuken van de gemeente worden klaargemaakt. Wat dat betreft ben
ik de tegenspeler van Pieter de Lange, die gehaktbal van een NHD-journalist.
Een kritisch woord zal je bij hem niet lezen. Soms denk ik dat niet het NHD,
maar de gemeente betaalt voor zijn stukjes. Een van zijn meer opvallende
prestaties was de verslaggeving van de inspraak rond de fusie met de gemeente
Zeevang. Daar schreef hij buitengewoon enthousiaste en veel te positieve stukjes over. Mensen die de krant lezen weten natuurlijk niet dat de man in Zeevang
woont, een groot voorstander van de fusie is en de gemeente Edam-Volendam
altijd graag ter wille is. Hij mag dan een broodschrijver en betaald journalist
zijn, maar de noodzakelijke kritische begeleiding van het politiek gebeuren
laat hij liever over aan mensen die hun nek durven uit te steken. Om die
houding te rechtvaardigen vindt hij mijn bijdrage aan de democratie ‘onfatsoenlijk’ vanwege mijn neiging om de dingen bij de naam te noemen.
Daarom vind ik hem een gehaktbal. Democratie kan niet bestaan zonder een kritische
pers. Daar is Pieter de Lange niet van. Er is nauwelijks onderscheid tussen wat hij
schrijft en wat de afdeling Voorlichting van de gemeente zou doen.
Zo’n man laat
mij door D.K.W.Hendriks van de perstribune sturen. Mij levert het weer een aardig stukje op. Het geeft me
de mogelijkheid om te laten zien hoe zelfs een journalist op een autoritaire manier meewerkt aan het
gemeentelijk beleid om mij het werk onmogelijk te maken. Daarom is hij, en ik herhaal het nog maar eens weer, volgens mij een gehaktbal.
